In volle coronatijd werd de zorgsector net niet heilig verklaard. Witte lakens uit ramen, klokvast applaus en van tijd tot tijd een voetpadconcert: de dorpsstraat toonde driftig haar waardering. Nauwelijks zes jaar later lijkt het tij gekeerd. In een zoektocht naar middelen om de peperdure factuur van het geopolitieke gekibbel te vereffenen, blijft het zorgbudget niet buiten schot. In die tumult duikt ook nog eens het cowboyverhaal op van een sjoemelende Westhoekse thuisverpleegster. Het sensationele karakter ervan is een zegen voor de media. Terwijl er nauwelijks vergelijkbare gevallen zijn, slaat de perceptie van de publieke opinie op hol. Integere thuisverpleegsters zien alles met lede ogen aan. Dit is helemaal niet waar zij voor staan.
Ver weg van die heisa doen mantelzorgers in alle stilte hun ding. Een zo goed als kosteloze formule. Echtgenoten, kinderen, familieleden, buren of kennissen springen in voor hun hulpbehoevende naaste. Mantelzorg. Wat een woord! Tegelijk warm en vertederend. Het klinkt eenvoudig en haast romantisch maar dat is het niet altijd. Mantelzorgers focussen permanent op de taken die ze opnemen. Veelal hebben ze daarnaast nog een job, een gezin en ja, ook een eigen leven. De combinatie van dit alles is geen sinecure. Niet zelden leidt het tot een obsessief gepieker. De vrees om her of der tekort te schieten ook. Alle ballen in de lucht houden vergt organisatie – een strakke organisatie die niet zelden een evenwicht zoekt met wat haalbaar is.
In Ademruimte in mantelzorg reikt auteur Trees Coucke handvaten aan om mantelzorg gericht aan te pakken. Ze suggereert tussenstops en verduidelijkt hoe het spreiden van de zorgtaken het leven van de mantelzorger niet op z’n kop zet. Wie zorg nodig heeft is immers niet gebaat met een overstreste omgeving. Elke situatie is uniek. Gerichte vragen maken dat de lezer de eigen omstandigheden analyseert en van daaruit in samenspraak met de nabije zorgomgeving – thuisverplegenden, dokters en familiehulp – een methodiek kan vastleggen. Daar komt heel wat bij kijken. Soms spelen familiale en financiële gevoeligheden. Die gaat Trees niet uit de weg. Rode draad doorheen dit alles is rust. De ondertitel Hoe rust je sterker maakt in het zorgen is helder. Als ze de mantelzorg met een bergtocht vergelijkt, raadt ze de mantelzorger aan tijdig halt te houden in een berghut.
Trees Coucke is gepokt en gemazeld in de zorg. Als master in de verplegingswetenschappen kijkt ze na een loopbaan van meer dan veertig jaar met een eigenzinnige blik naar de meest uiteenlopende thema’s uit de sector. Er is weinig dat ze niet meemaakte. Ze herkent emoties en kwetsbaarheden als geen ander en laat die de leidraad zijn in een hands-on aanpak. In haar eerste Bibliodroom-boek Hoe meester Verbiest Joriske werd houdt ze een pleidooi voor een benadering op maat van wie zorg vraagt. Mogen wij nog sterven is haar tweede boek waarin ze reflecteert over de dood als deel van het leven. Het laat toe na te denken over het stervensproces om voorbereid zijn op momenten waarop naasten met veel vragen geconfronteerd worden. Het is een klein boekje – niet iedereen ziet het zitten om pagina’s lang op zo’n behoorlijk zware materie door te gaan. Ademruimte in mantelzorg sluit helemaal aan bij dat concept: een praktische gids voor wie met het gegeven geconfronteerd wordt.




