Nauwelijks zes jaar is Deniza Miftari als ze met haar broer en ouders de oorlog in Kosovo ontvlucht en definitief in België komt wonen. Op die leeftijd huppelen haar klasgenootjes dartel door het leven. Ze ravotten, leren lezen en willen bovenal een groot communiefeest met heel veel cadeautjes. Voor Deniza zit dat anders: ze komt in een totaal nieuwe wereld terecht waar ze niemand kent en niet eens de taal spreekt. De levensgrote omwenteling wordt snel haar uitdaging. Papa Selami Salih Miftari is haar grote held. Hij stuurt daadkrachtig zijn gezin aan om een toekomst op te bouwen in een regio waar meer perspectieven zijn dan in hun ontwrichte thuisland. Dat hij daarbij zijn universitair diploma devalueert, deert hem niet. De intellectuele man, die in zijn vaderland alom geliefd is, heeft er geen moeite mee om als arbeider in de meest uiteenlopende jobs aan de slag te gaan – anoniem.
Deniza doet op school haar stinkende best. Taal is helemaal haar ding. Dat helpt om vlot een plaats te vinden in wat haar heimat zal worden. Zo wordt ze op zeer jonge leeftijd zowel woordvoerder als assistent van het gezin: allerhande administratie en contacten haspelt zij af. Haar plichtsbesef leidt tot een maturiteit die vooruitloopt op die van haar leeftijdsgenoten. Ze studeert sociaal werk en specialiseert zich in diversiteit en inclusie. Persoonlijke ervaringen dikken de professionele kijk op haar vakdomein aan. Daarbovenop weet ze haar visie helder en snedig te brengen.
Twee jaar lang werkt ze aan een boek. Daarin beschrijft ze gedetailleerd hoe de eerste generatie migranten het leven inruilt om de toekomst van haar kinderen veilig te stellen. Familie en een vertrouwde omgeving achterlaten is onherroepelijk ontheemden. Verliezen – zonder meer. Bij ons veronderstellen velen dat de nieuwe biotoop van migranten het land van melk en honing is. Het (oorlogs)verleden dragen ze echter in een rugzak mee. Hun afkomst vergeten en verloochenen ze niet. Integreren is een plek zien in te winnen. Het is wringen en wrikken om te wennen aan een onbekende cultuur. Heimwee in eb en vloed.
Migratieverhalen zijn er bij de vleet. Tussenin is een unicum over de Kosovaarse diaspora. Treffend is de kwetsbaarheid van een jonge dynamische vrouw die succesvol ingeburgerd lijkt maar de link met haar roots zodanig koestert dat twijfels nooit ver weg zijn. Wie het boek leest ervaart waar die gevoeligheden opduiken. Deniza noemt ze bij naam, zonder poespas. Ze schuwt de emoties niet en verwoordt ze in een onberispelijke taal, in doorleefde ervaringen en doordachte visie.
Als autochtoon voelen we ons vaak een vreemde in de wereld van onze buren met allochtone roots. Wie de actualiteit volgt, raakt zelden verder dan een lauwe helikopterblik op integratie en sluit daar de kennis van de thematiek mee af. Er is een onterechte drempelvrees die souplesse in de omgang met het onbekende in de weg staat. Tussenin is een intiem portret van een zoektocht naar verankering en maakt lezers duidelijk wat het impact is van migratie op mensen die leven tussen twee werelden in. Alleen al die verheldering leidt ontegensprekelijk tot begrip en verbinding.




