BiblioBlog

De boekensector zit in een ernstige dip, dat is de sombere conclusie na het doorlopen van de cijfers van boek.be over het eerste halfjaar. In Nederland daarentegen is het tij licht aan het keren. De kanttekening daarbij mag best wel wat uitvergroot worden want daar waren de resultaten al langer in vrije val. Een licht positivisme is dus niet als spectaculair te bestempelen.

Hoe is het zover kunnen komen? In DS stelt Peter Jacobs zich vragen bij het conservatisme van uitgevers. Het klopt inderdaad dat maar al te vaak teruggegrepen wordt naar oude wijn in oude zakken. Rustige vastheid van de omzet. Er komt echter wat sleet op de formule van de auteurs die jarenlang de hitparades van het boekenvak aanvoerden. Vraag is dus of er in het verleden genoeg kansen werden geboden aan debutanten. Voor hen hoort een uitgever zich op financieel glad ijs te begeven, dat wel, maar vormen zij niet het fundament van het boekenaanbod van de toekomst? Debutanten verdienen respect en aandacht. Daar situeert zich de afdeling ‘onderzoek en ontwikkeling’ van de uitgever.

Uitgevers zijn groothandelaars in - sterke - verhalen. Of het nu fictie of non-fictie betreft, een boek moet duidelijk wat te vertellen hebben. Ook de media zijn permanent op zoek naar dat soort inhoud. Een flinke tijd terug was er nog een onbezegeld verstandshuwelijk tussen uitgevers en media. Auteurs, veelal praatgrage en erg begeesterde figuren, kregen een forum in de meest uiteenlopende mediakanalen. Lezers werden op die manier enthousiast gemaakt voor hun verhaal. Dit vertroebelde verstandshuwelijk is nefast voor het boekenvak. Populaire items hebben de plaats van de krachtige story’s van schrijvers ingenomen. Of hoe het verdwijnen van de ribbeltjes in een pilsglas paginavullend nieuws kan worden…

Maar er is vooral ook nood aan mensen die hun enthousiasme voor boeken uitschreeuwen. Geradicaliseerde boekenmensen. Uitgevers en auteurs die bulken van trots over hun verhaal en dit honderduit met iedereen willen delen. Media die met doelgerichte initiatieven mensen wakker schudden voor boeken. Pet af voor de actie ‘Ik ga op reis en ik lees’ van Canvas deze zomer; leesbevordering op topniveau! Vrienden van mij plaatsten in hun voortuin een boekenkast waar de hele buurt een selectie gelezen boeken in kwijt kan en waar je vrijuit meepikt wat je lezen wil. Willen onderwijsmensen naast alle hippe devices ook nog eens de kracht van een lekker-lang-lezend-boek als sterke informatiebron prediken? Durven bibliotheken niet-alledaags uit de hoek komen om traffic naar hun boekentempel te creëren? Kortom, promotie voor boeken blijft niet beperkt tot de boekenbeurs waar de dichtheid BV’s per vierkante meter de graadmeter van het succes vormt. De optelsom van kleine en grote ideeën om mensen te laten warm lopen voor boeken zal ongetwijfeld zijn doel niet missen. Hoogtijd dat iedereen die gek is van lezen eens opkijkt uit zijn boek om hier aan mee te bouwen.

Vakantielectuur. Mocht het woord niet bestaan, dan hadden boekhandelaars het ongetwijfeld uitgevonden. Veel mensen lezen enkel en alleen boeken tijdens hun verlof. Gebrek aan tijd is hét klassieke excuus om dat niet doordeweeks te gaan doen. Wat een geluk toch dat literatuur, tussen short en bikini, alsnog een plaats vindt in de reiskoffer. Het gelees als een uitgelezen manier om tot rust te komen. Weg van de wereld, op sleeptouw genomen door een verhaal. 

Boekenvakkers spelen maar al te graag in op dat vakantielezen. Zon en zee worden herschapen tot een moordzomer vol spannende boeken. Daarnaast focust men op zeemzoete romans met covers in bloemetjesbehang. Lijkt dit niet verdacht veel op gecamoufleerd hokjesdenken? Na meer dan een kwarteeuw dagdagelijks professioneel tussen boeken laveren, is er aan dat zomerrecept van de boekhandel niks gewijzigd. 

En dan komt, zomaar uit het niets, iets heerlijks uit de hemel vallen. Uit onverwachte hoek dan nog wel, die van televisiezender Canvas. Via sociale media sporen zij iedereen aan om de voorziene vakantieboeken te delen, onder de noemer ‘Ik ga op reis en ik lees…’. Lezers enthousiasmeren lezers. Manna voor uitgevers en boekverkopers, zonder een cent aan reclamebudget. Mond-tot-mondreclame tot de zoveelste macht. Geen commerciële verSlaughtering of geMontefioreer, maar nieuwsgierigheid naar goede boeken staat centraal. Opvallend is de diversiteit aan titels, los van de toplijstjes maar recht uit het hart van de geëngageerde boekenliefhebber. Een pluim op de hoed van Canvas die zo, op grote schaal, subtiel boeken onder de aandacht brengt. In een tijd waarin de belangstelling voor boeken in algemene media alsmaar afzwakt, is dit een godsgeschenk.

Nu enkel nog de vakantieganger overtuigen dat lezen ook buiten het verlof een verademing is. Hopelijk vindt men daar bij Canvas ook nog wel iets op. 

Samen met multi-instrumentalist Hilde Van Laere maakte Jessie De Caluwe de voorstelling ‘Tussen hier en daar’. Ze beschrijft er fijnzinnig en met passende emotie haar Marokkopendelen. Het verhaal drijft op een zee van klanken en muziek, eens vlak en stil dan weer onstuimig. In haar trolley reizen een lange voorgeschiedenis en vooral een krachtige dosis eenvoudige levensfilosofie mee. Lessen, getrokken uit ervaringen, schrijven misschien wel de encyclopedie van het leven. 

Een uitgever hoort altijd en overal alert te zijn voor schone verhalen. Zo informeerde ik dus heel subtiel of er geen boek te distilleren viel uit ‘Tussen hier en daar’. Jessie antwoordde dat niet schrijven maar vertellen haar ding was en zette de argumentatie kracht bij door te stellen dat ze ook eerder niet op voorstellen van - grote - uitgevers was ingegaan. Ik las columns die ze ooit voor De Zondag schreef en weerlegde haar uitspraak alsof ze geen goede auteur zou zijn. Ik ken trouwens weinig mensen met zo’n aangeboren liefde en gevoel voor taal. Haar stijl viel op door zijn eenvoud, dat mag best wel. Literaire barok is geen sleutel tot een sterke tekst, het tegendeel is soms waar. 

Op de vraag hoe ze daar dan wel moest aan beginnen, gaf ik haar één kordaat marsbevel: schrijf! Schrijf het neer zoals je het zou vertellen, vervat er jouw gevoelens in. Hou geen rekening met chronologie of structuur. Eénmaal er een eerste geschrijf is, bouwen we verder en/of schrappen we wel. We legden ons wel enkele strakke voorwaarden op. Ik ben geen uitgever die jaagt op BV’s; televisiesterren die uit het niets paginavol in kookpotten roeren of rennerszussen die in vierkleurendruk coachen, zijn niet mijn ding. De kracht ligt in de inhoud. Meteen stapten we dus af van een boek met ook maar enig showbizzgehalte. Het verhaal zou bovenal herkenbaar zijn voor mensen die loeihard in het leven doorgaan. Het maakt niet uit of dit nu een radio- of televisiefiguur, directiesecretaresse of een arbeider is. Talent ontwikkelen, ontdekt worden, succes zien groeien, mateloze passie voor de job hebben, carrière maken, tegenslagen kennen en steeds opnieuw overwinnen om uiteindelijk te crashen en stuurloos een andere weg te zoeken. Als die signalen bij lezers een waarschuwingslampje voor een dreigende burn-out laten aanfloepen is de missie geslaagd. Urenlang hebben we gepraat, gedacht, geordend, gewist en aangedikt. Er waren dip- en topmomenten. Schaterlachen, zuchten, vloeken, maakten onomwonden deel uit van het schrijfproces. Het resultaat is ‘Leve de burn-out’. En, neen, niemand kan zich gelukkig voelen bij zo’n ernstige levensfasecrisis maar de aanleiding daartoe en de inzichten die er op volgen, zullen mensen ongetwijfeld tot nadenken stemmen. 

Leve dat boek dus!

Peter Quaghebeur verlaat WPG om terug onder een televisietoren aan de slag te gaan. Over het boekenvak zegt hij vandaag in De Standaard dat dit traag en conservatief is. PQ, zoals televisiemensen hem minzaam noemen, hoort een verstandig man te zijn. Daar zal bijgevolg wel veel van aan zijn. Maar, vergeten we daarbij toch ook het medium op zich niet. Moderne media worden verondersteld hip, blits en supersnel te zijn, bij voorkeur met zoveel mogelijk interactie. Een boek, da’s lezen en gelezen worden. Meer niet. Poepsimpel. Fervente boekenfreaks koesteren de rust, de eenzaamheid maar ook de traagheid van het boek. Lezen doe je op een ritme dat je niet wordt opgedrongen. Ook het maken van een boek is een proces dat aardig wat tijd vergt. Een goed boek schrijft men nu éénmaal niet tussen het vieruurtje en het avondmaal door. Auteurs schrijven zich leeg, het vraagt niet enkel intellectueel maar ook emotioneel waanzinnig veel energie. Schrappen, herschrijven, vaak om nog maar eens te schrappen en opnieuw te herschrijven. Precies dat doordachte pennewroeten is veelal de sleutel tot het succes.

Conservatief, zo zou dit vak ook aanvoelen. Tja, boekenvakkers moeten wel erg vindingrijk met beperkte middelen omspringen. Zoals voor ‘De mol’ op elke straathoek een affiche kleeft of in elke krant een advertentie opduikt, zo zag ik nog nooit een vergelijkbare campagne voor een boek. Boeken vormen -helaas- geen massamedium. Dat zijn ze immers nooit geweest. Het ontbreekt hen daarvoor aan een uitgebreide waaier aan commerciële belangen. Net dat maakt hen zo heerlijk uniek. 

Niettemin zijn heren als Peter Quaghebeur uiterst dankbaar voor deze sector. Een goede uitgever is het zichzelf niet alleen verplicht uitstekende boeken te maken. Neen, het is net zo belangrijk om die goede boeken goed te laten verkopen. Een boek in de markt zetten is altijd wat zakelijke waaghalzerij. Vanuit die wetenschap een perfecte mix samenstellen tussen het populaire en de niche is puur vakmanschap, een enkele keer ook gecombineerd met stuntwerk. Een kleine uitgever meet zich niet aan een grote. Zeker al niet als het om de lengte van het omzetcijfer gaat. Hopelijk delen ze wel dezelfde passie om knappe uitgaven te maken die daarenboven vlotjes van de hand gaan.

Elk boek dat een uitgever publiceert is een deeltje van zichzelf. Immers, mocht die er niet in geloven, draagt het ook niet de stempel van de uitgeverij. Van favoritisme binnen je eigen uitgaven kan en mag er dus helemaal geen sprake zijn. In ‘De prinses op het witte paard’ van Kurt Ostyn zit echter een onwaarschijnlijk mooi hoofdstukje: ’Ondernemen is dromen’. Net omdat ‘droom’ de helft van Bibliodroom beslaat, heeft dit blokje in het boek ons zo in zijn greep. Knap opgemerkt van de auteur trouwens, dat je mits het schrappen en mixen met de letters van het woord ‘ondernemen’ ook ‘dromen’ kan vormen. ‘Dromen klinkt wel eens lui, zweverig en naïef’, zo staat te lezen. ‘Staat dat niet haaks op de harde wetten van het zakenleven? Geenszins: voor hedendaagse ondernemers is de droom belangrijker dan het doel’. In tegenstelling tot afgebakende doelen, houdt dromen je alert. Een droom is eindeloos, een doel behaal je. Precies daarom moedigt Kurt Ostyn aan op korte termijn doelen te stellen en op lange termijn te blijven dromen. Dat zijn boek uitgegeven is bij Bibliodroom is dus duidelijk geen toeval. Samen met droomauteurs dromen we er onze droom.

Meer dan één jaar lang werkte ik samen met boezemvriend Rik Decock heel intensief aan ‘Ontboezemingen, wel en wee van het decolleté’. Een boek met een behabandje errond, boordevol fijne columns, cartoons, snuggere weetjes en legendarische quotes. Voor alle duidelijkheid: er was een professionele link om dit boek te maken. Rik bouwt immers zijdelings hard mee aan Lingerie Ohlala, de zaak van zijn vrouw en dochter. Een perfect alibi voor ons beiden om ons toegewijd in de materie te verdiepen.  Ons persbericht had het bijgevolg over twee grijzende, bloedernstige heren die het concept bepaalden. Daarbij gaven we volgende toelichting: ‘De één heeft een toets met lingerie vermits zijn vrouw en dochter een lingeriezaak runnen. De ander wil simpelweg bewijzen dat een boek best wel sexy kan zijn.’ (sic) Die ander, dat ben ik, en de weloverwogen term ‘sexy’ weegt hier nog net iets zwaarder dan in om het even welke andere context. Niettemin streven we er naar om elk boek bij Bibliodroom deze reuzeleuke eigenschap mee te geven. Immers, in een tijd waarin alles verdigitaald wordt, hoort een boek zich van zijn beste kant te tonen om zijn multimediale concurrenten een poepje te laten ruiken. Maar al te vaak stel ik dat een uitgever een groothandelaar in verhalen is. Niet zomaar verhalen, enkel sterke verhalen waarmee we erg graag een groot publiek willen bereiken. Die worden nog sterker gemaakt eens er, heel doordacht, aan inhoud en vorm gewerkt wordt. Het hoeft immers niet zomaar een luchtig verhaal te zijn om lezers te charmeren, ook het ernstige werk kan op zo’n manier geschreven en verpakt worden dat iedereen er onomwonden warm voor loopt. En daar maakt een uitgever nu éénmaal het verschil. Vermeend supersaai kan dus wel eens supersexy worden mits een juiste aanpak.

Deze zomer zou vijf procent van de verkochte boeken een e-book zijn geweest, zo meldt mijn krant. Enige tijd geleden wist men trouwens in diezelfde krant te vertellen dat in Amerika de verkoop van digitale literatuur op de terugweg is. Het loopt duidelijk niet zo'n vaart zoals sommigen hadden verwacht. Wat ik er bijna twee jaar geleden over schreef boet vermoedelijk niks aan actualiteit in. 

De warme versus de koude boekhandelaar.

Dagdagelijks zowel professioneel als recreatief tussen boeken bewegen is ongetwijfeld ‘a way of life’. Vakkennis en een niet in te tomen liefde voor het boek maken dat je bij elke trend in de sector vinger aan de pols wil houden. Net daarom schafte ik me vorig jaar een e-reader aan. Niet zonder slag of stoot, wegens enkele doordeweekse softwaretroubles, slaagde ik er in kabelsgewijs twee boeken te downloaden. Gelukkig wist ik doelbewust wat ik wou. Zomaar shoppen in de wereldwijde webwinkel is immers hulpeloos verzuipen in een eindeloos en monotoon aanbod. Elk prentje lijkt wel een bestseller. Boekhandelaar noch winkelinrichting namen me bij de hand om mijn keuze te bepalen. Het lezen op zich was een heerlijke, gebruiksgemakkelijke ervaring. Klikkend bladzijden draaien, het had iets. Voor een grijzende quasi-vijftiger wenkt een futuristische toets. Ongetwijfeld zal ik bij de eerstvolgende reis mijn valies gewichtloos met een halve boekenkast vullen. Steriele megabytes op een ééntegelcomputer. Da’s dus de koude boekhandelaar.  Intussen ligt het toestel al maanden bestoffend te demoderen in mijn commodekast. Ik laat me immers bij voorkeur leiden door de warme boekhandelaar. Stapels tastbare boeken in die kleine boekentempel nodigen me knipogend uit doorbladerd te worden. Nauwelijks gedroogde inkt maakt dat je nieuwe boeken snuift, als ware het een verleidelijk parfum.  Tafels torentjes boeken smeken om mijn nieuwsgierigheid. Ik laat me er onomwonden zonder de minste tegenstand door verleiden. Tastend, openklappend, bladerend, terugleggend, opnieuw proberend, proevend-lezend slaag ik er in dat ene boek mee te grissen waarin ik mezelf de komende tijd hoop te verliezen. En, als ik het al even niet weet, dan is er die warme boekhandelaar die me passioneel wil helpen de juiste keuze te maken. Misschien kent hij mij en wijst mij met de vingerknip het boek van mijn smaak aan. Misschien kent hij mij niet en toetst subtiel mijn literatuurfeeling af.  Of er is die zielsgenoot-klant die net op dat moment in de boekhandel is en zijn leeservaring gretig met me wil delen. En is die boekwinkel net niet die zeldzame atmosfeer waar de klok even ophoudt te tikken en je, relax, subtiel laveert tussen verhalen en massieve kennis, in bladzijden gemeten. Net zoals de warme bakker niet ophield te bestaan bij het opduiken van de koude bakker, voltrekt zich een zelfde scenario bij de boekhandelaar. Keuze tussen koud en warm zal finaal onbeïnvloedbaar door de consument worden gemaakt. Gelukkig blijft één ding essentieel: de liefde voor het geschreven verhaal.